Wanneer de liefde schuurt, is het je innerlijke kind dat fluistert
“Ik ben gewoon niet gemaakt voor relaties.” Ik hoor mezelf het zeggen, soms lachend, soms schamper, soms alsof het me niet raakt — maar ergens, diep vanbinnen, doet het iets. Want onder dat zogenaamd luchtige zinnetje leeft een verlangen dat zelden helemaal woorden krijgt. Een verlangen naar oprechte verbinding. Naar kunnen leunen. Naar iemand die niet wegrent als het even stormt vanbinnen. Iemand die naast me komt zitten — of ik nu dansend door het leven ga of hangend aan de bar met een glas wijn in mijn hand, peinzend over de liefde, de dood, en de sterren.
Mijn leven is rijk en gelaagd, intens en intuïtief, met spirituele diepgang én nuchtere lichtheid.
Maar ja, dat maakt het ook ‘ingewikkeld’. Of liever gezegd: ik maak het ingewikkeld. Omdat ik geleerd heb dat de ander mij waarschijnlijk toch niet écht zal begrijpen. Omdat ik mezelf al afwijs voordat de ander dat kan doen. En dus hou ik afstand. Een muur hier, een grap daar. Tranen? Die laat ik alleen stromen als niemand kijkt. Hulp vragen? Niet in mijn woordenboek. Alles in mij is getraind op zelf doen, op overleven, op doorgaan.
Maar dat is niet wie ik wíl zijn.
Dat is het stemmetje van mijn innerlijke meisje. Een meisje dat zo graag gezien wilde worden, maar niet leerde hoe. Een meisje dat feilloos aanvoelde wat er bij haar ouders speelde, maar zelf te weinig werd opgevangen. Haar ouders waren er wel, maar emotioneel vaak niet beschikbaar. De sfeer koud, de liefde onuitgesproken. En dat meisje leerde: als ik voel, als ik huil, als ik iets nodig heb… dan sta ik alleen. Dus werd ik goed in afstand houden. In vluchten in mijn hoofd. In vluchten in zorgdragen voor de ander. Ik werd die sterke vrouw — de queen van het regelen, van het weten, van het geven. En toch. Toch knaagt het. Want dat kleine meisje leeft nog in mij. En zij verlangt. Naar die knuffel. Naar iemand die blijft, ook als zij even breekt. Naar een veilige arm waarin ze mag schuilen, zonder dat haar emoties te veel zijn.
Maar de ander heeft óók een innerlijk kind.
En zo staan we daar soms: twee volwassenen die op het eerste gezicht praten over grenzen, communicatie en toekomstbeelden, maar die in werkelijkheid twee gekwetste kinderen zijn die tegenover elkaar staan met een snik in de keel die er niet uit mag. Allebei verlangend naar verbinding. Allebei bang om afgewezen te worden. Allebei zoekend naar de woorden die het hart nog niet durft te spreken. Dat is de dynamiek van onveilig-vermijdende hechting. Herkenbaar, misschien ook voor jou. En het is geen zwakte, geen falen. Het is een uitnodiging. Een kans om te kijken. Om te leren luisteren. Niet alleen naar de ander, maar vooral naar jezelf. Naar het kleine kind in jou dat misschien al jaren wacht op erkenning. Dat eindelijk wil dat jij naast haar komt zitten en zegt: “Ik zie je. Je hoeft het niet alleen te doen.”
Verbinding vraagt niet alleen om liefde.
Het vraagt om moed. Moed om je muur te laten zakken, ook als je niet weet of de ander blijft. Moed om te zeggen wat je nodig hebt, zelfs als je stem trilt. Moed om te ademen — diep, verbonden — terwijl je lijf schreeuwt dat je moet wegrennen. De adem is daarin mijn heilig anker geworden. Een bedding waar ik telkens naar terugkeer als het te veel wordt, als ik weer de neiging voel om te vluchten. In verbonden ademhaling mag alles stromen wat jarenlang vastzat. De bevroren tranen. De ingehouden schreeuw. Het onuitgesproken verlangen. Mijn adem draagt me daar waar woorden te klein zijn geworden.
En steeds opnieuw nodig ik ook mijn innerlijke kind uit om mee te ademen.
Om te mogen bestaan. Tevoorschijn te komen, zonder oordeel. Om op mijn schoot te kruipen en te voelen: het is veilig nu. Jij mag voelen, huilen, stampen, lachen, dromen. Ik ben bij je. Want dat is heling. Niet perfectie. Niet ‘af’ zijn. Maar durven blijven. Ook in de storm. In jezelf, en in de ander. Elkaar leren zien op die diepere laag waar geen woorden meer nodig zijn, maar waar een blik, een ademhaling, een aanraking voldoende is. Van buitenaf lijkt het misschien ingewikkeld. Maar vanbinnen is het gewoon een klein meisje dat zich afvraagt: mag ik er zijn, ook als ik voel? En misschien is dit de uitnodiging. Niet om jezelf te fixen, maar om jezelf toe te laten. Niet om minder ingewikkeld te worden, maar om intiemer te worden met dat wat je ingewikkeld maakt. Want wanneer jij leert thuiskomen bij jezelf, ontstaat er ruimte. Ruimte voor zachtheid. Voor diepgang. Voor liefde. Liefde die niet gebonden is aan voorwaarden, maar stroomt van hart tot hart.
Van prikkels en pleasen naar power en plezier. Ik help overprikkelde multi-task-queens zich weer vrouw te voelen in hun lijf door middel van lichaamsgerichte therapie.
On Burning Man by Alexander Milov
De Vier Huizen van Hechting

De Vier Huizen van Hechting

De Vier Huizen van Hechting En hoe ze jouw innerlijk kind en jouw volwassen leven nog steeds kleurenOnder ieder mens leeft een kind. Een klein, gevoelig deel van jou dat ooit volledig afhankelijk was van de liefde, de nabijheid en de voorspelbaarheid van je...

Lees meer
Aarden, thuiskomen in je lijf, op jouw plek in de wereld

Aarden, thuiskomen in je lijf, op jouw plek in de wereld

Aarden: thuiskomen in je lijf, op jouw plek in de wereldSoms lijkt het alsof je lijf voor de vorm nog rondloopt, terwijl je hoofd kilometers verderop ronddwaalt in de mist van to-do’s, zorgen en andermans verwachtingen. Herken je dat? Dat je aanwezig lijkt, maar niet...

Lees meer