Moe van jezelf sterk houden

Moe van jezelf sterk houden

Moe van jezelf sterk houden

Waarom gevoelige vrouwen vastlopen en hoe het anders kan

Je kent dat gevoel vast. Je staat op, de dag begint nog maar net, en je bent al moe. Niet van gisteren. Niet van slecht slapen. Maar van iets dat veel dieper zit, een vermoeidheid die geen nacht slaap wegneemt. Een vermoeidheid van jarenlang dragen.

Dit blog gaat over dat dragen. Over waarom je hoofd maar blijft malen, waarom sterker worden je niet verder bracht, en hoe je, voorzichtig, stap voor stap, weer kunt beginnen bij jezelf.

Als je moe bent van jezelf sterk houden

Er was waarschijnlijk een tijd dat sterk zijn noodzakelijk was.

Misschien was er thuis weinig ruimte voor jouw gevoel. Misschien moest jij vroeg al functioneren, voor anderen zorgen, aanpassen, presteren. Misschien leerde je dat huilen lastig was voor de mensen om je heen, of dat jouw behoeften er gewoon minder toe deden.

Dus werd je sterk.

Niet omdat je koos voor die kracht, maar omdat kwetsbaarheid niet veilig was. Je zenuwstelsel leerde: aanpassen, doorgaan, niet te veel vragen. En dat werkte. Tot op een punt.

Want een zenuwstelsel dat jarenlang in de stand van ‘overleven’ staat, raakt uitgeput. Niet dramatisch, niet in één klap, maar sluipend. Je merkt het aan kleine dingen: de prikkelbaarheid die sneller opkomt, de tranen die net onder de oppervlakte zitten, het gevoel dat je lichaam iets weet wat jij nog niet wil weten.

Moe zijn van jezelf sterk houden is geen zwakte.
Het is een signaal.

Een signaal dat er iets in jou wacht om gezien te worden, niet opgelost, niet weggewerkt. Gezien.

Het begint misschien al in de kindertijd: de gevoelige meid die veel opving, veel aanvoelde, veel aanpaste. Die leerde dat haar innerlijke wereld te groot was voor de buitenwereld. Die zichzelf een beetje kleiner maakte, en nog een beetje kleiner, totdat klein zijn normaal voelde.

Als je hooggevoelig bent, draag je dit nog wat zwaarder. Jouw zenuwstelsel verwerkt alles dieper, emoties, indrukken, de stemming in een ruimte. Dat is een gave, maar zonder voldoende rust en veiligheid wordt die gave een last.

Waarom je hoofd maar blijft malen

Je kent het: je ligt in bed, de dag is voorbij, maar je hoofd is er nog volledig bij. Gesprekken die je opnieuw afspeelt. Dingen die je had moeten zeggen. Zorgen over morgen. Een onderstroom van gedachten die maar doorgaat.

Je denkt misschien dat je hoofd het probleem is. Maar dat is het niet.

Een druk hoofd is vaak een lichaam dat nog geen veiligheid voelt.

Het piekeren is geen karakter fout en geen teken dat je te negatief denkt. Het is een overlevingsstrategie van je zenuwstelsel. Wanneer je lichaam niet tot rust kan komen, wanneer het nog in een staat van verhoogde alertheid verkeert, gaat je hoofd op zoek naar controle. Want controle voelt veiliger dan overgave.

Dit patroon begint vroeg. Als kind, in een omgeving waar dingen onvoorspelbaar waren, of waar jij veel moest anticiperen op de behoeften van anderen, leerde je brein: blijf alert, blijf nadenken, zorg dat je voorbereid bent. Een ingenieus systeem. Maar wel één dat nu, als volwassene, veel energie kost.

De nervus vagus, de grote verbindingszenuw tussen je hersenen en je lichaam, speelt hier een centrale rol. Als die niet goed gereguleerd is, blijft je zenuwstelsel in een staat van paraatheid. En een zenuwstelsel in paraatheid piekert.

De oplossing zit daarom niet in harder nadenken over het piekeren. De oplossing zit in het brengen van veiligheid naar je lichaam.

Dat betekent: zachte ademhaling. Voeten op de grond voelen. Een hand op je hart leggen. Niet als trucje, maar als een echte uitnodiging aan je zenuwstelsel om iets los te laten.

Tip om mee te beginnen:

Merk je dat je hoofd overuren draait? Zet beide voeten plat op de vloer. Leg een hand op je buik. Adem vier tellen in, zes tellen uit. Doe dit drie keer, niet om het piekeren te stoppen, maar om je lichaam te laten weten: het is hier veilig genoeg om even te ontspannen.

Mijn weg uit burn-out begon niet met harder werken

Ik dacht lang dat ik me er doorheen moest vechten.

Dat als ik maar genoeg discipline had, genoeg structuur, genoeg wilskracht, het wel over zou gaan. Ik maakte lijstjes. Ik optimaliseerde mijn dag. Ik las boeken over productiviteit terwijl mijn lichaam schreeuwde om rust.

Maar burn-out is geen probleem van te weinig wilskracht. Het is een probleem van een zenuwstelsel dat te lang in de overlevingsstand heeft gestaan, en dat niet meer weet hoe het tot rust kan komen.

De ommekeer kwam niet toen ik harder werkte. Die kwam toen ik begon te luisteren.

Luisteren naar het bonken van mijn hart als ik ’s ochtends mijn telefoon oppakte. Naar de spanning in mijn kaken als ik een e-mail opende. Naar het gevoel van zwaarte in mijn borst dat er al maanden was, maar dat ik had geleerd te negeren.

Want dat is wat we doen, als we lang genoeg hebben geleerd om sterk te zijn: we negeren. We relativeren. We zeggen tegen onszelf anderen hebben het erger en ik moet niet zeuren, totdat het lichaam besluit dat het genoeg is gehoord heeft.

Herstel begon voor mij met kleine dingen. Niet met een groot programma of een radicale ommekeer. Met een moment per dag waarop ik mezelf toestond om te voelen hoe ik er echt voor stond. Niet om het op te lossen. Alleen om het te erkennen.

Ik moest niet sterker worden.
Ik moest leren luisteren.

En misschien is dat voor jou ook zo. Misschien is de weg uit de uitputting niet meer doorzetten, maar eindelijk stoppen. Stoppen met jezelf overtuigen dat het wel goed gaat. Stoppen met functioneren terwijl je innerlijk op je knieën zit.

Beginnen met voelen.

Tip om mee te beginnen:

Neem één moment per dag, liefst ’s ochtends voordat de dag je meesleurt, en stel jezelf deze vraag: Hoe voel ik me nu, in mijn lichaam? Niet wat je moet doen, niet wat anderen nodig hebben. Alleen: hoe is het nu, in mij? Schrijf het op als dat helpt. Of spreek het zachtjes hardop uit. Het hoeft nergens naartoe, het mag er gewoon zijn.

Een ochtendcheck-in voor gevoelige vrouwen

De ochtend is een kwetsbaar moment.

Nog voordat je ogen goed open zijn, begint het vaak al: de gedachten aan wat er vandaag moet gebeuren, de telefoon die je optrekt naar de buitenwereld, het gevoel dat je jezelf meteen ergens naartoe moet haasten.

Voor gevoelige vrouwen, vrouwen met een zenuwstelsel dat veel oppikt, veel verwerkt, diep voelt, is dit extra ingrijpend. Als je de dag begint zonder even bij jezelf in te checken, loop je al snel achter de feiten aan. Reagerend in plaats van voelend. Doend in plaats van zijnd.

Een ochtendcheck-in hoeft niet lang te zijn. Vijf minuten is genoeg. Het gaat niet om een uitgebreid ritueel, het gaat om één gewoonte: jezelf als eerste vragen hoe het met je gaat, voordat de dag dat bepaalt.

Probeer dit morgenochtend:

Blijf even liggen voordat je opstaat. Leg een hand op je hart of je buik. Adem een paar keer rustig in en uit. En stel jezelf dan deze drie vragen:

  1. Hoe voel ik me nu, in mijn lichaam? (Gespannen? Zwaar? Rustig? Licht? Geen oordeel, alleen waarnemen.)
  2. Wat heb ik vandaag nodig? (Niet wat er op je lijst staat. Wat heb jij nodig. Rust, verbinding, beweging, stilte?)
  3. Wat is één ding dat ik vandaag voor mezelf doe? (Klein mag. Een kopje thee zonder telefoon. Tien minuten buiten. Één ‘nee’ die je al te lang uitstelt.)

Dit is geen prestatie. Dit is geen optimalisatie. Dit is simpelweg: jezelf serieus nemen. Jezelf de eerste plek geven in je eigen dag, al is het maar voor even.

Want als jij jarenlang geleerd hebt om er te zijn voor anderen, is dit een kleine maar krachtige daad van heropvoeding. Jij telt ook. Jouw gevoel telt ook. En jouw dag mag beginnen bij jou.

Tip om mee te beginnen:

Merk je dat je hoofd overuren draait? Zet beide voeten plat op de vloer. Leg een hand op je buik. Adem vier tellen in, zes tellen uit. Doe dit drie keer, niet om het piekeren te stoppen, maar om je lichaam te laten weten: het is hier veilig genoeg om even te ontspannen.

Tot slot

Moe zijn van jezelf sterk houden is het begin van iets.

Niet het begin van meer doorzetten. Maar het begin van thuiskomen. Bij je lichaam. Bij je gevoel. Bij de versie van jou die al die jaren zo haar best heeft gedaan, en die het verdient om eindelijk te worden gezien.

Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Begin klein. Begin bij jezelf.

Eén ademhaling. Eén check-in. Eén moment waarop je kiest voor jezelf in plaats van voor de buitenwereld.

Dat is genoeg. Jij bent genoeg!

Liefs Marieke

Je lichaam zegt al tijden nee. Jij zegt nog steeds ja.

Je lichaam zegt al tijden nee. Jij zegt nog steeds ja.

Er was een tijd dat dit normaal voelde.

Niet omdat het licht was, niet omdat je er blij van werd, maar omdat je er zo diep in verzonken was dat het voelen zelf was opgehouden. Zoals een rivier die langzaam ondergronds verdwijnt — het water stroomt nog, maar je ziet het niet meer.

Je zegt ja terwijl er iets in je buik samentrekt. Je gaat door terwijl je schouders al omhoog zijn gekropen naar je oren, je adem hoog en oppervlakkig zit, en je lichaam al weken dezelfde boodschap stuurt die je steeds een beetje verder weg duwt. Je voelt precies wat de ander nodig heeft, zoals een antenne die altijd aanstaat — maar de verbinding met jezelf is ergens onderweg verloren gegaan.

En ergens, misschien heel diep, denk je: dit is gewoon wie ik ben.

Maar dat is het niet.

“Dit is geen karakter. Dit is een patroon dat ooit is ontstaan omdat het nodig was.”

Er was een moment — misschien één, misschien honderden — waarop jij als kind leerde dat aanpassen veiliger was dan aanwezig zijn. Dat zorgen voor de ander betekende dat jij mocht blijven. Dat jouw “nee” te veel ruimte innam, te veel risico droeg, te veel kon kosten.

En je lichaam heeft dat onthouden. Niet als een gedachte die je bewust kunt pakken en omdraaien, maar als een diep ingeprent weten in je weefsels, in je zenuwen, in de manier waarop je instinctief inkrimpt zodra er spanning in de lucht hangt. Elke keer dat iemand teleurgesteld klinkt, gaat er iets aan in je systeem — een oud alarmsignaal dat zegt: los het op, pas je aan, zorg dat het goed is. Niet omdat je dat kiest, maar omdat je lichaam sneller is dan je bewustzijn.

En precies dáár ligt de wortel van waarom grenzen zo spannend zijn.

Want een grens stellen is voor jouw zenuwstelsel niet gewoon een keuze voor jezelf. Het voelt als gevaar. Als verlies. Als het risico dat je iemand kwijtraakt, dat je niet meer goed genoeg bent, dat de verbinding verbreekt.

“Dat voelt niet als een kleine keuze. Dat voelt als overleven.”

Dus duw je het weg. Je legt er een laag overheen van het valt wel mee en straks is er rust en eerst dit nog even, en zo verlaat je jezelf, steeds een klein beetje — niet met geweld, maar met de zachte slijtage van duizend kleine momenten waarin jij niet telde.

Ondertussen probeert je lichaam je iets te vertellen.

Het begint fluisteren. Een lichte spanning in je nek die er ’s ochtends al is. Een vermoeidheid die niet weggaat, hoe lang je ook slaapt. Een onrust die je niet kunt plaatsen, alsof er iets zachtjes maar voortdurend klopt aan een deur van binnenuit.

En als je blijft doorgaan, gaat het harder praten. Pijn. Uitputting. Overprikkeling. Misschien klachten die een naam krijgen — burn-out, fibromyalgie, chronische spanning — en die op de een of andere manier altijd worden gezien als het probleem, terwijl ze eigenlijk de boodschapper zijn.

Je lichaam werkt niet tegen je. Het probeert je terug te brengen.

“Het is geen verraad van je lichaam. Het is de meest liefdevolle herinnering die het kent: kom terug. Hier ben jij.”

Want onder al dat aanpassen, al dat doorgaan, al dat zorgen voor de wereld om je heen — zit een deel in jou dat wacht. Niet op een oplossing. Niet op het moment dat alles beter is. Maar op jou. Op jouw aandacht. Op de zachte aanwezigheid van iemand die eindelijk naar binnen keert en zegt: ik zie je. Je hoeft het niet meer alleen te dragen.

Verandering begint niet met harder je best doen. Het begint niet met jezelf dwingen tot grenzen die je systeem nog niet veilig genoeg voelt om te dragen. Het begint in het kleinste van de kleine momenten — wanneer je even stopt, je hand op je lichaam legt, en jezelf toestaat te voelen wat er is zonder het meteen op te lossen.

Eén ademhaling. Eén moment van echt aanwezig zijn bij jezelf in plaats van bij de ander.

Dat lijkt klein. Maar voor een zenuwstelsel dat decennialang heeft geleerd dat overleven betekent: aanpassen, presteren, verdwijnen — is dat een revolutionaire daad.

Want in dat moment geef je je lichaam een nieuwe ervaring. Dat het veilig is om te voelen. Dat er iemand thuis is. Dat jij er bent.

“En vanuit die plek — niet vanuit je hoofd, maar vanuit verbinding — beginnen grenzen vanzelf te ontstaan. Niet als muur, maar als liefde.”

Dit is geen knop die je omzet. Dit is thuiskomen — steeds opnieuw, steeds een klein stukje dichter bij de vrouw die je altijd al was, vóórdat de wereld je leerde dat je jezelf moest wegstoppen om te mogen horen.

En als je dit leest en er ergens iets in je zegt: ja, dit ben ik — weet dan dat er niets mis met je is. Je lichaam heeft je beschermd op de enige manier die het kende. En nu mag je het iets anders leren. Zachter. Langzamer. In verbinding met jezelf.

Wil je weten hoe dit voelt in je eigen lichaam?

In mijn begeleiding werken we samen met precies dit — de patronen die in je zenuwstelsel leven, de signalen die je lichaam al zo lang geeft, en het langzame, veilige proces van terugkomen bij jezelf. Niet door harder te werken aan jezelf, maar door eindelijk te stoppen met weggaan.

👉 Lees meer over hoe ik werk, of neem contact op als je voelt dat het tijd is.

Tussen loslaten en landen: waarom YinYang Breath verder gaat dan verbonden ademen

Tussen loslaten en landen: waarom YinYang Breath verder gaat dan verbonden ademen

Tussen loslaten en landen: waarom YinYang Breath verder gaat dan verbonden ademen

Je adem als poort naar wie je werkelijk bent

Psst… leg je hand even op je hart. Voel je hoe je lichaam eigenlijk al de hele tijd met je praat? Je adem vertelt dat verhaal — over alles wat je hebt vastgehouden, over de keren dat je “ja” zei terwijl iets in jou zacht “nee” fluisterde, over het verlangen om te landen, om ruimte te maken, om eindelijk weer vrij te ademen. We ademen allemaal, vanzelf en vaak gedachteloos, maar er is een moment waarop de adem meer wordt dan zuurstof; hij wordt een poort, een sleutel, een ritmische herinnering aan wie jij in wezen bent, onder de lagen van spanning, perfectionisme en oude pijn.

Verbonden ademen is de energiestroom openen

Veel mensen kennen de verbonden ademhaling. Je verbindt in- en uitademing zonder pauzes ertussen, waardoor er een gestage stroom ontstaat die vastgezette energie in beweging brengt en emoties naar de oppervlakte laat komen zodat ze kunnen worden gezien en gezuiverd. Het is krachtig werk. Je ontdekt dat je lichaam een geheugen heeft en dat elke bewuste ademteug je zenuwstelsel uitnodigt om te verzachten en te reguleren, zodat je hoofd stiller wordt en je lijf weer als kompas kan functioneren.

YinYang Breath. Waar openen en dragen samenkomen

De YinYang Breath gaat precies daar verder waar de gewone verbonden ademhaling ophoudt. Het is dezelfde vloeiende, onafgebroken ademstroom, maar dan afgestemd op het natuurlijke ritme van jouw systeem, waarin Yin en Yang elkaar afwisselen als eb en vloed. Yin nodigt je uit om te verzachten, te ontvangen en te landen in veiligheid, Yang moedigt aan om door te ademen, te openen en te dragen wat gezien wil worden. Ik begeleid je door deze golven met een verfijnde timing van tempo en intensiteit, met actuele afstemming op je lichaamstaal, met zachte aanraking en gerichte drukpunten die vastgezette patronen losweken. Met lichaamsbewuste taal die je uit je hoofd haalt en in je cellen brengt, en met een diepe energetische bedding waarin je niet alleen ontlaadt maar ook werkelijk integreert. Waar de klassieke verbonden ademhaling vooral de stroom activeert, weeft YinYang Breath er bewust polariteit en regulatie in, zodat je niet overspoelt wordt, maar gedragen wordt. Niet alleen opent maar ook weer heel en geborgen sluit, met een duidelijke intentie aan het begin en een zachte, heilige landingsplek aan het einde, waarin inzichten bezinken en je systeem opnieuw kan ordenen.

Zo voelt een sessie. Thuiskomen in slow motion

Een sessie voelt als thuiskomen in slow motion. Je start met een heldere intentie. Wat vraagt nu om ruimte, wat mag eindelijk los gelaten worden, wat wil jij wél voelen. En dan draagt de adem je, eerst voorzichtig en dan dieper, langs de plekken waar je lijf nog vasthoudt. Soms tintelt het, soms trilt er iets los, soms wellen tranen op zonder verhaal; alles is welkom, niets hoeft geforceerd.

Ik ben naast je, ik luister met mijn handen naar de plaatsen waar het weefsel spanning vertelt en waar een zachte druk of een warme hand precies die deur op een kier zet. Jij ademt, ik stem af. We volgen samen het ritme van jouw eigen levensstroom. En dan komt die stille omhelzing aan het eind — de integratie — waarin je adem vanzelf ruimer en rustiger wordt, je zenuwstelsel zucht en je ziel fluistert een paar woorden die je misschien al jaren wilde horen.

Wat het je brengt? Ruimte, zachtheid en eigen kracht

Wat het je brengt laat zich zelden vangen in bulletpoints, want het gebeurt in lagen. Eerst merk je dat je hoofd zachter klinkt, alsof iemand de ruisknop heeft gevonden en heeft teruggedraaid, en dat je lichaam letterlijk lichter aanvoelt, alsof er ruimte is gekomen tussen je ribben en je gedachten. Vervolgens merk je dat emoties die je lang hebt ingehouden niet langer als betonblokken in je borst liggen, maar als water door je heen mogen bewegen, schoon, eerlijk en bevrijdend. Je merkt dat keuzes helderder worden, dat je grenzen voelbaar worden vóórdat je ze overschrijdt, dat je lichaam je terugfluit met warmte in plaats van met pijn en dat je zachter naar jezelf kijkt en toch steviger in jezelf staat. Je zelfliefde hoeft dan niet meer ‘geoefend’ te worden, ze groeit organisch mee met je adem, wortelt in je buik en ademt mee met je hart. Je energie keert terug. Niet als een stuiterbal maar als een rustige, betrouwbare stroom die je hele dag draagt. Oude patronen, pleasegedrag, controle, jezelf kleiner maken, verliezen hun greep wanneer je voelt dat het veilig is om je plek in te nemen. Niet omdat je het bedacht hebt, maar omdat je lichaam het nu weet.

Heilig op een gewone manier. Traumasensitief en afgestemd.

Dit werk is lichaamsgericht en trauma-sensitief. Het is ook heilig op een heel gewone manier. We eren je grenzen, we bewegen mee met je tempo, we volgen het intelligente ritme van je zenuwstelsel en we laten jouw adem het laatste woord hebben. En ergens daar, tussen het loslaten en het landen, tussen het trillen en het tintelen, tussen Yin en Yang, ontmoet je die stille kern in jezelf die altijd al wist hoe ze moest ademen. Ruim, vrij, liefdevol, precies op maat voor jou.

Een zachte uitnodiging. Van prikkels & pleasen naar power & plezier

Als je voelt dat het tijd is om niet langer door te zetten maar door te ademen, als je merkt dat je lijf al een tijdje om je aandacht vraagt en je intuïtie zacht aandringt: kom! Laat je dragen door je adem, laat je ontmoeten door je eigen wijsheid en laat je verrassen door hoeveel ruimte er onder je spanning schuilgaat.

Van prikkels en pleasen naar power en plezier is geen slogan maar een richtingaanwijzer. Je lichaam kent de weg, je adem opent de deur en jij hoeft alleen binnen te stappen.

Liefs,
 Marieke

Voel jij dat het tijd is om de oude patronen los te laten en je adem en de wijsheid van je lichaam te ontmoeten? Ik begeleid vrouwen die klaar zijn om niet langer te overleven, maar te leven, in verbinding met hun lichaam, hun hart en hun waarheid. Van Prikkels & Pleasen naar Power & Plezier.

De Vier Huizen van Hechting

De Vier Huizen van Hechting

De Vier Huizen van Hechting
En hoe ze jouw innerlijk kind en jouw volwassen leven nog steeds kleuren
Onder ieder mens leeft een kind. Een klein, gevoelig deel van jou dat ooit volledig afhankelijk was van de liefde, de nabijheid en de voorspelbaarheid van je verzorgers.
Dat innerlijke kind heeft geleerd hoe veilig de wereld is door te voelen hoe veilig jij was bij hen.
Niet via woorden, maar via lichaamstaal, ademhaling, aanraking, energie.
Hechting is geen theorie. Het is iets dat zich nestelt in je lijf.
In je zenuwstelsel, in je hart en in je ademhaling.
En dat kleine kind… leeft nog steeds in jou.
In hoe jij liefhebt, in hoe je verlangt naar o.a. verbinding, in hoe jij jezelf beschermt en in hoe je vlucht.
Laten we samen kijken naar de vier huizen waarin jouw innerlijk kind misschien is opgegroeid.

Het veilige huis
Veilige hechting

“Ik mag zijn wie ik ben, en jij blijft bij me.”

Als jij bent opgegroeid met ouders/verzorgers die meestal emotioneel beschikbaar waren, warm, responsief, voorspelbaar , liefdevol,v dan kende jouw lijf iets essentieels. Namelijk rust, veiligheid en vertrouwen.
Je wist dat je emoties er mochten zijn en je leerde dat verbinding veilig was. Je kon je hechten én autonoom worden, zonder angst om verlaten te worden.

Als volwassene durf je waarschijnlijk verbindingen aan te gaan met de ander én ruimte in te nemen. Je staat stevig met beide voeten op de aarde en met een open hart. Natuurlijk zijn er triggers, maar jouw basisvertrouwen helpt je te herstellen.
Je innerlijk kind voelt zich gedragen en er is een innerlijke ouder aanwezig die zegt: “Ik ben hier. Wat je ook voelt, ik blijf.”

Het koude huis
Onveilig-vermijdende hechting (afwijzend)

“Ik moet het zelf doen.”

In een koud huis waren je ouders fysiek misschien wel aanwezig, maar emotioneel vaak afwezig.
Ze konden jouw emoties niet dragen, misschien omdat ze hun eigen pijn nooit hebben mogen voelen of omdat zij dat ook niet geleerd en ervaren hebben door hun opvoeding.
Je leerde dat het veiliger was om je gevoelens in te slikken. Om stil te zijn.
Je paste je aan, werd ‘de rustige’, ‘de sterke’, ‘de zelfstandige’ of misschien wel de ‘opstandige’.

Als volwassene kun je moeite hebben met intimiteit. Je hebt geleerd om onafhankelijk te zijn, maar diep vanbinnen hunker je naar verbinding, warmte liefde en je gedragen voelen. Je hoofd neemt het snel over van je hart waardoor je veel uit je hoofd leeft en dus alles rationaliseert (een drukke mind). Je weert mensen af of houdt ze op gepaste afstand om maar niet gekwetst te worden.
Je innerlijk kind voelt zich vaak alleen. Het heeft jou als volwassene nodig om weer te leren voelen, de verbinding met je hart weer aan te gaan: je hoeft het niet alleen te doen. Jij mág ontvangen. Jij mag leunen.

Oefening: Leg je hand op je hart en zeg zachtjes tegen jezelf: “Ik ben er nu wél. Je hoeft niet meer zo hard te zijn.”

Het huis met een knipperende kachel
Onveilig-angstige hechting (ambivalent)

“Wanneer valt het weer weg?”

In dit huis was het soms warm, soms ijskoud. Ouders die de ene dag liefdevol en dichtbij waren, maar de andere dag overstuur, afwezig en/of onvoorspelbaar waren.
Je werd hyperalert: continu scannen op signalen van je ouders/opvoeders. Wat is vandaag hun stemming? Is het veilig of is het onveilig, mag ik er zijn zoals ik ben?

Als volwassene herken je misschien verlatingsangst of bindingsangst. Je kunt intens verlangen naar nabijheid, maar zodra het te dichtbij komt slaat je systeem op tilt, gaan alle alarmbellen af. Je zoekt geruststelling, verlangt naar geruststelling, maar vertrouwt het niet.
Je innerlijk kind leeft met een knoop in de maag en het wacht op het moment dat de warmte weer verdwijnt. Jij mag leren dat stabiliteit niet saai is, maar veilig, warm, rustig en verbindend.

Oefening: Visualiseer dagelijks een kachel in je hart die zachtjes brandt, constant. Herinner jezelf: “Ik ben nu mijn eigen constante vuur.”

Het huis op drijfzand
Gedesorganiseerde hechting (angstig-vermijdend)

“Jij was mijn veilige plek én mijn gevaar.”

Misschien zijn jouw ouders degene geweest die je nodig had voor veiligheid, maar ook degenen voor wie je bang was zowel emotioneel als fysiek.
Ze waren de bron van liefde én van pijn en dat geeft diepe verwarring in je systeem (zenuwstelsel).
Je wist niet of je naar binnen kon, of beter kon vluchten en wegrennen.

Als volwassene kun je worstelen met intense innerlijke tegenstrijdigheden. Je verlangt naar liefde, maar zodra die liefde dichtbij komt, voel je angst of paniek. Je kunt explosief reageren of zelfs dissociëren. Je lijf is vaak gespannen of verdoofd en je gevoelens zijn verwarrend.
Je innerlijk kind voelt zich verscheurd.
Wat het nodig heeft, is een zachte en warme bedding waar het niets hoeft te begrijpen en mag leren voelen. Waar het er gewoon mag zijn met alles wat er is. Een plek waar jij, als volwassen deel, zegt: “Ik weet dat het verwarrend was. Maar ik ben er nu. Jij bent veilig bij mij.”

Oefening: Ga liggen met je handen op je buik en hart. Adem langzaam in. Stel je voor dat je in een huis ligt waarvan de vloer stevig is. Herhaal: “Ik ben hier. De grond draagt mij.”

Wat hechting je vertelt over jou, en wat je ermee kunt

Hechting is niet iets wat je “hebt” of “niet hebt”.

Het is een blauwdruk.
Een startpunt. Geen eindbestemming.
En het goede nieuws? Wat ooit gebouwd is in jouw zenuwstelsel (facia), kan ook worden herschreven.
Lagen van liefde kunnen opnieuw worden gelegd en gevoeld. Je kunt een innerlijk huis bouwen dat stevig is, warm, voorspelbaar en helemaal eigen is.

Jouw innerlijk kind leeft nog in jou.
Het laat zich zien in hoe je relaties aangaat. Hoe je reageert als je je afgewezen voelt.
In je patronen van pleasegedrag, controle, emotionele terugtrekking. In bindings- of verlatingsangst.

Maar je bent niet meer het kind dat afhankelijk is van zijn ouders/verzorgers.
Je bent nu een volwassene.
Een volwassene die mag leren hoe ze haar eigen innerlijke ouder wordt.
Die zacht kan zijn voor haarzelf.
Die kan zeggen: “Ik zie je, ik hoor je, ik blijf bij je – ook als het stormt.”

Tot slot

Hechting is geen etiket. Het is een uitnodiging tot bewustwording.
Een liefdevolle uitnodiging om thuis te komen.
In jezelf, in je lichaam en in het nu.

En misschien is dat wel de grootste heling van allemaal:
dat jij vandaag, als volwassen vrouw, kiest om te blijven bij jezelf.
Wat er ook voelbaar is.

Liefs,
 Marieke

Voel jij dat het tijd is om de oude patronen los te laten en je innerlijke kind een veilige plek te geven? Ik begeleid vrouwen die klaar zijn om niet langer te overleven, maar te leven, in verbinding met hun lichaam, hun hart en hun waarheid. Van Prikkels & Pleasen naar Power & Plezier.

Wanneer de liefde schuurt, is het je innerlijke kind dat fluistert

Wanneer de liefde schuurt, is het je innerlijke kind dat fluistert

Wanneer de liefde schuurt, is het je innerlijke kind dat fluistert
“Ik ben gewoon niet gemaakt voor relaties.” Ik hoor mezelf het zeggen, soms lachend, soms schamper, soms alsof het me niet raakt — maar ergens, diep vanbinnen, doet het iets. Want onder dat zogenaamd luchtige zinnetje leeft een verlangen dat zelden helemaal woorden krijgt. Een verlangen naar oprechte verbinding. Naar kunnen leunen. Naar iemand die niet wegrent als het even stormt vanbinnen. Iemand die naast me komt zitten — of ik nu dansend door het leven ga of hangend aan de bar met een glas wijn in mijn hand, peinzend over de liefde, de dood, en de sterren.
Mijn leven is rijk en gelaagd, intens en intuïtief, met spirituele diepgang én nuchtere lichtheid.
Maar ja, dat maakt het ook ‘ingewikkeld’. Of liever gezegd: ik maak het ingewikkeld. Omdat ik geleerd heb dat de ander mij waarschijnlijk toch niet écht zal begrijpen. Omdat ik mezelf al afwijs voordat de ander dat kan doen. En dus hou ik afstand. Een muur hier, een grap daar. Tranen? Die laat ik alleen stromen als niemand kijkt. Hulp vragen? Niet in mijn woordenboek. Alles in mij is getraind op zelf doen, op overleven, op doorgaan.
Maar dat is niet wie ik wíl zijn.
Dat is het stemmetje van mijn innerlijke meisje. Een meisje dat zo graag gezien wilde worden, maar niet leerde hoe. Een meisje dat feilloos aanvoelde wat er bij haar ouders speelde, maar zelf te weinig werd opgevangen. Haar ouders waren er wel, maar emotioneel vaak niet beschikbaar. De sfeer koud, de liefde onuitgesproken. En dat meisje leerde: als ik voel, als ik huil, als ik iets nodig heb… dan sta ik alleen. Dus werd ik goed in afstand houden. In vluchten in mijn hoofd. In vluchten in zorgdragen voor de ander. Ik werd die sterke vrouw — de queen van het regelen, van het weten, van het geven. En toch. Toch knaagt het. Want dat kleine meisje leeft nog in mij. En zij verlangt. Naar die knuffel. Naar iemand die blijft, ook als zij even breekt. Naar een veilige arm waarin ze mag schuilen, zonder dat haar emoties te veel zijn.
Maar de ander heeft óók een innerlijk kind.
En zo staan we daar soms: twee volwassenen die op het eerste gezicht praten over grenzen, communicatie en toekomstbeelden, maar die in werkelijkheid twee gekwetste kinderen zijn die tegenover elkaar staan met een snik in de keel die er niet uit mag. Allebei verlangend naar verbinding. Allebei bang om afgewezen te worden. Allebei zoekend naar de woorden die het hart nog niet durft te spreken. Dat is de dynamiek van onveilig-vermijdende hechting. Herkenbaar, misschien ook voor jou. En het is geen zwakte, geen falen. Het is een uitnodiging. Een kans om te kijken. Om te leren luisteren. Niet alleen naar de ander, maar vooral naar jezelf. Naar het kleine kind in jou dat misschien al jaren wacht op erkenning. Dat eindelijk wil dat jij naast haar komt zitten en zegt: “Ik zie je. Je hoeft het niet alleen te doen.”
Verbinding vraagt niet alleen om liefde.
Het vraagt om moed. Moed om je muur te laten zakken, ook als je niet weet of de ander blijft. Moed om te zeggen wat je nodig hebt, zelfs als je stem trilt. Moed om te ademen — diep, verbonden — terwijl je lijf schreeuwt dat je moet wegrennen. De adem is daarin mijn heilig anker geworden. Een bedding waar ik telkens naar terugkeer als het te veel wordt, als ik weer de neiging voel om te vluchten. In verbonden ademhaling mag alles stromen wat jarenlang vastzat. De bevroren tranen. De ingehouden schreeuw. Het onuitgesproken verlangen. Mijn adem draagt me daar waar woorden te klein zijn geworden.
En steeds opnieuw nodig ik ook mijn innerlijke kind uit om mee te ademen.
Om te mogen bestaan. Tevoorschijn te komen, zonder oordeel. Om op mijn schoot te kruipen en te voelen: het is veilig nu. Jij mag voelen, huilen, stampen, lachen, dromen. Ik ben bij je. Want dat is heling. Niet perfectie. Niet ‘af’ zijn. Maar durven blijven. Ook in de storm. In jezelf, en in de ander. Elkaar leren zien op die diepere laag waar geen woorden meer nodig zijn, maar waar een blik, een ademhaling, een aanraking voldoende is. Van buitenaf lijkt het misschien ingewikkeld. Maar vanbinnen is het gewoon een klein meisje dat zich afvraagt: mag ik er zijn, ook als ik voel? En misschien is dit de uitnodiging. Niet om jezelf te fixen, maar om jezelf toe te laten. Niet om minder ingewikkeld te worden, maar om intiemer te worden met dat wat je ingewikkeld maakt. Want wanneer jij leert thuiskomen bij jezelf, ontstaat er ruimte. Ruimte voor zachtheid. Voor diepgang. Voor liefde. Liefde die niet gebonden is aan voorwaarden, maar stroomt van hart tot hart.
Van prikkels en pleasen naar power en plezier. Ik help overprikkelde multi-task-queens zich weer vrouw te voelen in hun lijf door middel van lichaamsgerichte therapie.
On Burning Man by Alexander Milov